Geen categorie

Een dag in Prosperpolder

Door 21 mei 2016 juni 7th, 2019 No Comments
Prosperpolder

Prosperpolder, lente 2016. Het is een doordeweekse woensdagvoormiddag in april. Het enige dorpscafé ‘den Angeluus’ is nog gesloten en behalve een tractor die een mestkar trekt op een iets verder gelegen akker, beweegt er niets. De stilte wordt alleen verstoord door krijsende zilvermeeuwen die de mestkar volgen en zich gretig op de omgewoelde polderklei storten. Ik kan best begrijpen dat filmregisseurs Prosperdorp als gedroomde locatie zien voor hun producties. De straten zijn verlaten en er is geen levende ziel te bespeuren. Een dorp zonder winkels. Geen bakker, geen slager, geen kruidenier. Ik parkeer mijn auto voor de kerk en stap naar de vroegere pastorie waar Paul Staes woont,  een familielid van de laatste pastoor van Prosperpolder: pastoor Werkers, de pastoor die geiten hield en lekkere geitenkaas verkocht. Hij overleed in 2003. Ik bel aan en enkele ogenblikken later opent Pauls echtgenote de deur. ‘Paul is niet thuis’ zegt ze ‘en ik sta klaar om te gaan winkelen’. We praten enkele minuten en ze vertelt me dat ze meestal naar Kieldrecht rijdt om boodschappen te doen. Als je dringend suiker of boter nodig hebt en je niet terecht kunt bij de buren, moet je naar een ander dorp. Een goed gevulde diepvries en voorraadkast kan je hier best gebruiken. Wie hier geen wagen heeft, is een sukkelaar! Terwijl we aan het praten zijn, komen aan de overzijde van de straat Jan en Hilde, de waard en de waardin van ‘den Angeluus’, naar buiten. Ik vertel hen de reden van mijn bezoek. ‘Kom maar mee’ zeggen ze, ‘we kunnen beter naar ‘den Angeluus’ gaan, daar zitten we op ons gemak’!

Als ik opmerk dat het dorp er zo doods en verlaten bijligt, blijkt mijn opmerking maar ten dele gegrond. ‘Tijdens het weekend is het hier behoorlijk druk’, zegt Jan. ‘Nu zeker, na de TV-­‐reeks ‘Den elfde van de elfde’, komen veel nieuwsgierigen vanuit heel Vlaanderen naar hier. Wij hebben hier ondertussen een vast cliënteel opgebouwd en we mogen gerust stellen dat ‘den Angeluus’ al een begrip geworden is in de streek. Als ik Jan en Hilde vraag naar hun mening over de plannen die klaarliggen om Prosperpolder nieuw leven in te blazen, stuit ik op gemengde gevoelens. ‘Vanuit commercieel oogpunt heb ik daar geen bezwaar tegen’ zegt Jan ‘maar of de weinige bewoners hiermee gelukkig zullen zijn, is nog maar de vraag. De meesten zijn hier zodanig gewoon aan de rust en de stilte dat zij niet staan te springen om hier het bevolkingsaantal schrikbarend te zien stijgen. Velen wonen hier al jaren of zijn hier komen wonen juist omwille van die rust. De gedachte om van ‘Prospieër’ een dorp te maken met winkels en voorzieningen die je nomaliter in elk dorp vindt, zullen de bewoners zeker niet aanmoedigen’ meent Jan. ‘Trouwens, om hier met een winkel uit de kosten te komen, heb je wel omzet nodig. Momenteel wonen hier ongeveer tachtig mensen. Van zondagstoeristen alleen kun je niet leven maar hier een batterij sociale woningen inplanten lijkt mij niet realistisch. Als je hier dringend een dokter of apotheker nodig hebt, moet je naar Kieldrecht. Hier is zelfs geen tankstation en wat ga je doen met de veiligheid? Als hier twee keer per dag een politiecombi passeert, is het veel. Overdag is de dichtstbijzijnde politiepost in Kieldrecht en ’s nachts moet je naar Beveren, 17 km verder! We zijn sneller in het Nederlandse Hulst dan in Beveren.’

Jan en Hilde zijn het ermee eens dat ‘Prospieër’ heel wat te bieden heeft. Als uitvalsbasis voor fietstochten en wandelingen kan men zich geen betere plaats bedenken. Maar de beleidsmakers moeten er voor zorgen dat het gehucht zijn eigenheid behoudt.

Geert Meersschaert en zijn echtgenote Kris baten een landbouwbedrijf uit in de Hertog Prosperstraat. Ze stellen zich vragen. Zij houden van Prosperpolder ondanks alle onlogische reglementen en beslissingen waarmee zij de jongste tijd geconfronteerd worden.Administraties die zichzelf tegenspreken en geen oor hebben naar bewoners die hier al generaties wonen. ‘Als men zo doorgaat krijgt men hier het hetzelfde verhaal als in Doel. Maar ik heb nog altijd hoop’, zegt Geert, ook al dreigt zijn bedrijf door de jongste beslissingen onverkoopbaar te zijn geworden. Hij rekent er op dat bepaalde beslissingen zullen herroepen worden en zijn levenswerk niet waardeloos zal blijken. ‘Praten heeft men hier al veel te veel gedaan’, meent Kris. ‘Wanneer gaat men hier nu eindelijk eens de handen uit de mouwen steken? De rust die je hier vindt, is uniek en wij willen dit graag zo houden, maar als hier op korte termijn niets gebeurt, zal Prosperpolder uitdoven en een tweede Doel worden. Wij hebben hier dringend nood aan nieuwe bewoners, jonge mensen die van de natuur en het buitenleven houden, die de oudere bewoners komen vervangen.

Bewoners die eigenaar zijn van hun woning en ze onderhouden. Een twintigtal brievenbussen extra zou al een heel verschil maken, meer hoeft niet.’ Geert gelooft dat Prosperpolder een unieke leefgemeenschap kan worden. ‘Dit gehucht heeft nog een ziel.’ Geert en Kris vinden het goed dat er initiatieven genomen worden, ze vinden het goed dat het Hooghuis en misschien ook de molen van Doel naar Prosperpolder zouden verhuizen en dat de Prospersite een educatief onthaalpunt wordt voor dagjestoeristen. ‘Hier is bovendien ruimte voor één of meerdere B&B’s’ vindt Kris. Wanneer ik Geert er op wijs dat gezinnen die zich In Prosperpolder zouden vestigen het zonder winkels moeten stellen, antwoordt hij: ‘wat niet is, kan altijd komen. Van zodra iets lucratief of haalbaar wordt, vind je snel kandidaten. Maar van groter belang is de bereikbaarheid van Prosperpolder. Zoals de plannen nu getekend zijn, wordt binnenkort de Sluisstraat afgesloten en zullen de bewoners van Prosperpolder een hele omweg richting Doel moeten maken om naar Kieldrecht te rijden. Dit zou dan de enige uitweg over Belgisch grondgebied zijn, wat onverantwoord is.’ Als veehouder herinnert Geert zich dat enkele jaren geleden de grenzen werden gesloten omwille van veeziekten. ‘Waarom geen nieuwe weg die van de Belgische Dreef recht naar de Muggenhoek leidt?’ ‘Boeren hebben hier geen toekomst meer. De Hedwigepolder werd teruggegeven aan de Schelde, akkers werden omgevormd tot natuurgebied als compensatie voor de havenuitbreiding, maar het dorp is er nog. Laten we behouden en koesteren wat ons nog rest en het een bestemming geven die herinnert aan het verleden maar tevens een plaats is waar het goed is om te leven, ook al hoor je soms in de verte het donderen van containers die gelost worden in het Deurganckdok.